Hoe wordt de diagnose dementie gesteld?

De diagnose dementie stellen is niet eenvoudig. Vergeetachtigheid en gedragsveranderingen kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Wilt u weten of er sprake is van dementie? Ga dan eerst langs bij de huisarts. De huisarts doet onderzoek, brengt de klachten in kaart en stuurt u als het nodig is door naar een specialist.

Het onderzoek van de huisarts begint met een aantal vragen om te zien hoe het geheugen ervoor staat. Als het nodig is, laat hij urine- en bloedonderzoek doen. Dit onderzoek kan een andere verklaring voor de klachten uitsluiten, zoals hormoonstoornissen, een vitaminetekort, verkeerd gebruik van medicijnen of een depressie.

Gesprek met iemand uit de omgeving

Als andere oorzaken uitgesloten zijn, maakt de huisarts een afspraak met iemand uit de directe omgeving. In dit gesprek vraagt hij naar problemen met het geheugen en taal en naar veranderingen in het gedrag. Hij toetst dan of de omgeving van zijn patiënt de klachten herkent. Dit wordt ‘heteroanamnese’ genoemd. Na het onderzoek besluit de huisarts soms om de klachten een poosje aan te kijken. Zijn de klachten blijvend of worden ze zelfs erger? Dan bevestigt dit het vermoeden dat er sprake is van dementie.

Onderzoek door een specialist

Als de huisarts twijfels heeft of uitgebreider onderzoek nodig is, verwijst hij zijn patiënt meestal door naar een specialist. Er kan een specialist ouderengeneeskunde thuis komen voor onderzoek, of er wordt een verwijzing gemaakt voor de geriater van een geheugencentrum of de afdeling neurologie van een ziekenhuis. Deze specialist doet neurologisch en neuropsychologisch onderzoek om de diagnose dementie te bevestigen. Eventueel wordt in het ziekenhuis aanvullend onderzoek gedaan, bijvoorbeeld met een MRI-scan. Ook zal de specialist de ziekte vaststellen die de dementie veroorzaakt, zoals de ziekte van Alzheimer.

Wat is het geheugencentrum?

Het geheugencentrum is onderdeel van het Jeroen Bosch ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch. Geheugenproblemen komen vooral voor bij ouderen, maar ook jongere mensen kunnen er last van hebben. Door geheugenproblemen kunnen er moeilijkheden ontstaan in het dagelijks functioneren.

De huisarts kan mensen met cognitieve klachten verwijzen naar het Jeroen Bosch ziekenhuis. Daar wordt gekeken waar de patiënt het best op zijn plek is en het snelst geholpen kan worden.

Via het Centrum voor Geheugenproblematiek (CvG) levert de vakgroep geriatrie JBZ, samen met de vakgroep neurologie, radiologie, nucleaire geneeskunde, medische psychologie en de vakgroep ouderenpsychiatrie Reinier van Arkel, diagnostiek naar geheugenproblemen.

De huisartsen dragen zorg voor het grootste gedeelte van de begeleiding van patiënten met dementie. De huisarts gebruikt daar bij het Doorleefplan Dementie, geschreven in samenwerking met geriater Paul Dautzenberg, Specialist Ouderengeneeskunde Raymond van der Wallen en Lian Vos van ‘Saar aan huis’.

Indien u interesse heeft in deelname aan wetenschappelijk onderzoek, kunt u terecht bij het Brain Research Center, locatie Den Bosch. Dit is een onderzoekscentrum dat gespecialiseerd is in klinisch onderzoek met nieuwe medicijnen tegen Alzheimer en andere hersenziekten.

Het belang van vaststellen diagnose dementie

Dementie is (nog) niet te genezen. Toch is het belangrijk om de diagnose te laten stellen. Met een diagnose heeft iemand met dementie recht op hulp en ondersteuning. Bijvoorbeeld door een casemanager. Daarbij geldt ook: hoe eerder hoe beter. Een vroegtijdige diagnose vergroot de kans dat een eventuele behandeling helpt om de ziekte te stabiliseren, vertragen of verzachten.

Diagnose vaststellen bij jonge mensen met dementie

Bij jonge mensen is de diagnose dementie nog lastiger vast te stellen. Jonge mensen met dementie vertonen vaak andere symptomen dan oudere mensen. Hun gedragsverandering valt bijvoorbeeld meer op dan hun geheugenproblemen. Bij mensen onder de 65 jaar duurt het vaak ruim 4 jaar voordat dementie wordt geconstateerd.

Lees meer